Ruw voer

Voeding heeft een grote invloed op de ontwikkeling van het gebit. Een paardengebit is gemaakt voor natuurlijke slijtage tijdens het vermalen van grote hoeveelheden voedselarm groen. Meestal te grof voor herkauwers en dus door hen achtergelaten kunnen paarden dit nog wel verwerken. Onze paarden hebben in principe nog diezelfde eigenschappen, alleen is het aangeboden voer kwalitatief veel beter en is daarvoor veel minder kauwactie nodig.

Voordeel: Ze hebben energie over zodat wij erop kunnen rijden,

nadeel: minder afslijting en daardoor vaak afwijkende slijtage bij veel paarden en veel paarden met overgewicht.

Kort door de bocht zou je mijn werk kunnen omschrijven als; het zorgen voor versnelde slijtage, zodat de normale maalfunctie weer hersteld wordt.

Ouder wordend paarden gebit.

Op 1,5 jarige leeftijd komt bij een jong paard de eerste blijvende kies door. Dit is de vierde grote kies. Deze wisselt niet en moet een heel paardenleven mee. De paarden op de Wildtshof worden zo oud dat deze eerste molare versleten raakt en zijn maalfunctie verliest op ong. 25 jarige leeftijd. Slijtage, het verliezen van de binnenste emailrichels begint soms al bij ongeveer 22 jaar. Algemeen beeld is: hoe groter het paard hoe sneller leeftijdsslijtage. Aan de hand van deze slijtage kan je dus min of meer ook de leeftijd van bejaarde paarden schatten.

Op ongeveer 11 jarige leeftijd is het gebit uitgegroeid, aftands, zoals dat heet. Als het gebit op 11 jarige leeftijd correct is zal dit ook meestal de rest van het leven zo blijven en slechts gering onderhoud nodig hebben. De hardheid van de kiezen en tanden neemt toe van die een baksteen tot een straattegel na het aftands worden. Vandaar dat ik bij De Wildtshof vaak kan volstaan met alleen controle. Functioneel goed en pijnvrij is prima. Aanpassingen om de rijdbaarheid te verbeteren zijn bij paarden-met-pensioen niet meer nodig.

Elektrisch versus handmatig gebitsonderhoud.

Voor het balanceren van de kiezenrij en voor eenvoudig onderhoud is een set handraspen meestal voldoende, maar afwijkingen aan de achterste kiezen onder en boven zijn zonder elektrisch gereedschap helaas onmogelijk te verhelpen. Vlak achter de verstandskies ligt de tonsil, het druifvormige voorste deel van de keelamandelen. Per ongeluk een keertje aantikken is niet zo erg, maar na tien keer, al vijlende met een handrasp, vraagt ook het braafste paard of je ergens anders wilt gaan spelen. De elektrisch aangedreven instrumenten maken het makkelijker om, heel precies, éen kies te corrigeren.

Eerlijk gezegd vind ik elektrisch werken behalve paard- ook mensvriendelijker, het gaat sneller, is mechanisch minder belastend en preciezer. Ook het geluid is voor de meeste paarden geen reden voor paniek. Omdat het minder inspanning vergt ligt er wel een gevaar op de loer; dat er te veel gecorrigeerd wordt, het z.g. “overfloaten” het te glad maken van de kiezenrij en een gladde molensteen maalt niet.

Dat -mechanisch minder belastend- is juist voor een ouder paard erg belangrijk. Een handrasp moet je heen en weer bewegen over de kiezen en dus, al is het maar weinig, de kiezen bewegen ook een beetje mee. Omdat oudere paarden nog maar korte kiezen hebben gaan die daardoor sneller los zitten en dat is juist niet de bedoeling.

Elk jaar kom ik zo de gebitten van de Wildtshofse paarden controleren en bij elk individu de afweging maken; behandelen of niet, heeft hij of zij er last van? Soms de twijfel: eet ze nog wel als ik dit corrigeer, want sommige paarden hebben nog maar enkele functionele kiezenparen. Soms lastige afwegingen, soms verdrietig, af en toe balen als er alweer een kies verloren gaat, maar altijd mooi om te doen en altijd leerzaam.

Tot volgend jaar,

Albert.

 

 

 

 

Leave a Reply